donderdag 22 maart 2012

De ELO kan in de prullenbak, of... #cviov

Elektronische leeromgevingen (ELO) zijn vaak te beperkt en gesloten om alle leer- en werkprocessen binnen een MBO-instelling te faciliteren. Anderzijds hebben docenten en lerenden vaak eenvoudige wensen, terwijl ELO's leerfunctionaliteiten bevatten die niet worden gebruikt. Portalsoftware is veel geschikter voor het ondersteunen van relevante leer- en werkprocessen, onder meer doordat je applicaties via één centraal portaal op een eenvoudige manier kunt ontsluiten en er informatie kunt ordenen. Dat was de centrale boodschap van Rob Smit en Rob Nijssen van het Nova College.

De sprekers gingen tijdens dé Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT in op de vraag of de elektronische leeromgeving (ELO) niet de prullenbak in kan. Rob Smit gebruikte een aantal tweets om het onderwerp in te leiden. Het onderwijs kan technologische ontwikkelingen niet bijbenen. Daarnaast hebben docenten en lerenden ordening nodig. Dat kan in een ELO. Een ELO geeft docenten houvast. Verder is online samenwerking gebaat bij open systemen. Een ELO is wat dat betreft erg gesloten. Tegelijkertijd bevat een ELO functionaliteiten waar met name docenten geen behoefte aan blijken te hebben. Het Nova College is daarom bezig een digitale leer- en werkomgeving in te richten.

Het Nova College is daarom gestopt met Blackboard en overgestapt op Sharepoint. Zij hebben dus afscheid genomen van de elektronische leeromgeving, en een portalomgeving geadopteerd. Blackboard werd immers vooral gebruikt om documenten te ontsluiten. Binnen Sharepoint heeft men ook andere functionaliteiten ontwikkeld. Daar is men inmiddels zes jaar mee bezig.

Alle applicaties worden ook ontsloten via Sharepoint, zodat docenten en lerenden te maken hebben met maar één interface. Er zijn eigen webparts ontwikkeld, net als koppelingen met back officesystemen (HR-systeem, Magister, etc). Daardoor werd ook de informatie in die back officesystemen transparant, en werd duidelijk wat niet klopte. Ook zijn 180 teamsites in gebruik.

Via het portaal wordt ook de cijferadministratie toegankelijk gemaakt, worden documentenworkflows gebruikt en beschikt het management over een dashboard met managementinformatie. Het is inmiddels ook mogelijk om derden (zoals bedrijven) toegang te geven tot onderdelen van de portal. De omgeving (ook de website) is toegankelijk via mobiele technologie. Het Nova College heeft ook een webpart ontwikkeld, dat een verbeterd proces van ziekmelden ondersteunt.

In de portal hebben cursisten en medewerkers op basis van hun profiel een persoonlijke site. De eigen cijfers en mail zijn daar bijvoorbeeld te bekijken, net als de teamsites waarvan je lid bent. Je kunt daar ook via een eigen ontwikkelde webpart opdrachten (bestanden) inleveren bij docenten (drop box functionaliteit). Als een docent een document heeft beoordeeld, moet h/zij het cijfer nog handmatig invoeren binnen Magister. De portalomgeving bevat dus ELO-faciliteiten, die nog verder worden uitgebreid (onder meer door Microsoft, de ontwikkelaar van Sharepoint).

Voor het Nova College kan de ELO dus inderdaad de prullenbak in. Zij gebruiken hun portal echter ook voor het leren. Overigens is mijn ervaring dat een ELO als Fronter ook eigenschappen van een portal heeft (zoals een gepersonaliseerde site).

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen